Jan Sleutels : Index : Interviews | Publications | Miscellaneous texts

Uit: Mare. Leids Universitair Weekblad, nr. 8, 28 0ktober 1999, p. 5. Door: Bart Funnekotter

Collegerecensie
EEN GOEDE SHOWMASTER

Aan het begin van het avondollege metafysica richt docent dr. Jan Sleutels zich tot zijn publiek met een probleem – en een oplossing. 'Dit het laatste college en er is nog een aantal onderwerpen dat behandeld moet worden,' aldus Sleutels. 'Aangezien we de vorige keren wat zijn uitgelopen, komen we niet aan alles toe. De keus voor vandaag was tussen de onderwerpen "substantie" en "lichaam en geest". lk heb maar gekozen voor het eerste onderwerp, voor het andere zuIt u het met de literatuur moeten doen. Maar,' zegt de docent terwijl hij een poster tevoorschijn haalt en uitvouwt, 'wie schetste mijn verbazing toen ik zag dat ik de eerste lezing verzorg van een Studium Generale-reeks over lichaam en geest. Mensen die geïnteresseerd zijn in dat onderwerp kunnen dus naar die lezing komen.' Driftig noteert de zaal tijd en plaats van een en ander, want metafysica is geen makkelijke materie en alle verduidelijking is de studenten van harte welkom.

In het college van vanavond behandelt Sleutels dus het onderwerp 'substantie'. Wanneer is een ding iets, en wanneer is een ding dat iets niet, is de centrale vraag. De docent vertelt hoe diverse filosofen, onder anderen Aristoteles, Descartes, Spinoza en Leibniz, dachten over dit begrip. Daarbij maakt hij druk gebruik van het bord om met steekwoorden en tekeningen zijn verhaal te verduidelijken. Sleutels is geen docent die een verhaaltje afleest van een papiertje, dat is al gauw duidelijk. Druk gesticulerend loopt hij door het lokaal, terwijl hij met eenvoudig te begrijpen voorbeelden ingewikkelde ideeën probeert te verduidelijken. Grappig zijn die voorbeelden vaak ook. Zo illustreert Sleutels Leibniz' idee van de ondeelbaarheid van substantie met een re-enactment van een scene met de Black Knight uit Monty Python's Holy Grail-film. (De Black Knight wordt letterlijk in mootjes gehakt, maar blijft ondanks het feit dat hij steeds meer ledematen verliest, in essentie zichzelf: een stoerdoenerige bluffer. Zelfs als hij inmiddels gereduceerd is tot een romp zonder armen en benen schreeuwt hij zijn tegenstander nog achterna, 'Come back, you coward!'

Met dit soort voorbeelden heeft Sleutels al gauw de lachers op zijn hand, maar het college is zeker niet alleen dolle pret. Vragen uit de zaal worden scherp – en zonodig meerdere malen – beantwoord. De docent wijst zijn toehoorders er echter op dat hij het definitieve antwoord op de vraag wat een substantie nu kenmerkt, ook niet heeft. 'Dat antwoord zal je niet krijgen dit college. We speuren er slechts naar.' Aan het eind van de avond heeft Sleutels nog wat tips voor het tentamen. 'Ga geen koldertaal debiteren. Ik weet dat filosofie daartoe uitnodigt, maar dat levert bij mij zeker geen punten op.' Sleutels zelf heeft deze avond in ieder geval het goede voorbeeld gegeven. Een duidelijk verhaal over een ingewikkeld onderwerp.

'Een goeie showmaster, die man,' meent een van de aanwezigen terwijl hij zijn jas aandoet en de zaal verlaat. Maar alleen een showmaster is Sleutels zeker niet. Naast een aantrekkelijke vorm, bevatte zijn college zeker ook de nodige substantie.

Last modified January 13, 2002 | Jan Sleutels | Email